Waarom ‘aangeboren aanleg’ niet de inzet moet zijn bij sociale acceptatie van homoseksualiteit

Door Jorg Kennis

In liberale en progressieve kringen vormt homoseksualiteit al geruime tijd geen aanleiding meer voor afkeurende reacties. Homoseksualiteit en daarbij behorend homoseksueel gedrag wordt door veel mensen volledig geaccepteerd. Vaak wordt daarbij als argument aangedragen dat homoseksualiteit een aangeboren seksuele oriëntatie is, en om die reden niet veroordeeld kan worden.

En precies dat heeft me altijd verbaasd.

Ook ik erken een neurologisch verband, al is dat verband niet het hele verhaal, en blijken persoonlijke voorkeuren en culturele invloeden toch een grotere rol te spelen dan voorheen werd gedacht. Er woeden heftige discussies in de wetenschappelijke wereld over dit onderwerp, maar het “born this way”-argument is in grote delen van de Westerse wereld dominant. Maar ik verwonder me erover dat deze veronderstelde aangeboren aanleg door veel mensen als hét argument wordt aangedragen om homoseksualiteit te accepteren. Ik hoor mensen uit de generatie van mijn ouders (1946) zich ontvallen dat homoseksualiteit niet veroordeeld mag worden, “want zij hebben er ook niet voor gekozen homo te zijn”. Opmerkelijk, en in een bepaald licht zelfs vertederend, is het besef dat deze mensen zich met een dergelijke uitspraak uitgesproken vrijzinnig en ruimdenkend wanen.

Er klinkt een, al dan niet uitgesproken, “ze kunnen er niets aan doen” in door. En precies datgene impliceert het idee dat, mocht dat wel zo zijn, de homoseksueel waarschijnlijk ook anders had gekozen. Misschien zelfs om “gewoon” te zijn.

Het is dus niet het homoseksuele gedrag an-sich dat hiermee wordt omarmd, maar het idee dat de homoseksueel niet de mogelijkheid heeft zich ervan te ontdoen.

Wanneer je daar goed over nadenkt, kom je tot de conclusie dat deze acceptatie helemaal niet gezocht moet worden in een progressieve veronderstelling dat “afwijkend” gedrag oké is. En daar heb ik moeite mee.

Aanleg
Een dergelijke stellingname is veruit te prefereren boven áfkeuring van homoseksueel gedrag. Er zijn immers nog een heleboel gemeenschappen waarin de acceptatie van homoseksualiteit nog lang niet vanzelfsprekend is. Óók niet in het Westen. Laten we niet vergeten dat tot aan de verschijning van de gereviseerde versie van het psychiatrische standaardwerk DSM uit 1973 homoseksualiteit nog werd aangemerkt als mentale afwijking (en dat alle referenties aan homoseksualiteit als psychische aandoening pas in 1986 volledig uit het standaardwerk verdwenen). Als het omarmen van de aanname dat homoseksualiteit een aangeboren voorkeur is leidt tot een beter begrip en een hogere mate van acceptatie, dan is dat uiteraard toe te juichen.

Maar er kleven desondanks enkele bezwaren aan het aanhalen van het enkele argument dat homoseksualiteit bij de geboorte is bepaald als reden voor acceptatie. De belangrijkste is dat voor een echt vrijzinnige beoordeling van homoseksualiteit dit gegeven eigenlijk helemaal geen rol zou moeten spelen.

Vrijheid om te kiezen
Ik huldig het humanistische (of zo je wil liberale) standpunt dat elk gedrag op zichzelf moet worden beoordeeld, en dat andere factoren een veel belangrijkere rol spelen bij het vormen van standpunten omtrent dat gedrag. Voorop staat hierbij dat handelingen en gedrag dat mensen bij hun volle bewustzijn en in volledige vrijheid kiezen, en waarbij anderen geen schade wordt berokkend, in beginsel niet afkeurenswaardig zijn. Een dergelijke manier van denken komen we in de Verlichting al tegen in de Franse grondwet, die in 1793 stelde:

Vrijheid is de volmacht, die ieder mens alles toestaat, wat de rechten van de ander niet schaadt […]  Doe niemand datgene aan, waarvan je niet wilt dat het jou aangedaan wordt.

Maar waarom ageer ik dan tegen de acceptatie van homoseksualiteit als die wél plaatsvindt op grond van de veronderstelling dat het gedrag bij geboorte zo is bepaald, als deze op eerste gezicht niet in tegenspraak lijkt te zijn met bovengenoemde vrijheidsbeginsel?

Andere seksuele relatievormen
Dat doe ik omdat ik denk dat deze manier van redeneren en het bepalen van moraal in veel gevallen problematisch kan zijn, en wel degelijk tot intolerantie kan leiden. Want hoe beoordelen we (seksueel) gedrag dat niet te herleiden is tot een biologische aanleg, maar dat door de betrokkenen in volledige vrijheid en met wederzijdse toestemming in de praktijk wordt gebracht?

Een voorbeeld daarvan is het vormen van relaties met meerdere personen op hetzelfde moment. Dit principe van polyamorie wordt nog vaak uiterst bedenkelijk gevonden, en door sommigen zelfs als onethisch of amoreel afgedaan. De voorkeur voor het hebben van meerdere (seksuele) relaties kan in mijn ogen niet worden gereduceerd tot een neurologische aanleg. Toch zijn er mensen die het praktiseren van een polyamore levensstijl kwalificeren als “geaardheid”. Ik kwam die veronderstelling op verschillende (maar lang niet alle!) blogs over dit onderwerp tegen. De reden hiervoor ligt voor de hand: deze schrijvers hopen dat wanneer het hebben van een polyamore relatie immers geen “vrije keuze” is, de acceptatie ervan wellicht gemakkelijker plaatsvindt.

Ik vind het bijzonder jammer dat nodig is om de publieke opinie op deze manier voor zich te moeten winnen. Immers: Waarom zou dergelijk gedrag wél worden afgekeurd als de criticus weet dat men er in volledige vrijheid, en los van biologische aanleg, voor gekozen heeft?

Incidenteel homoseksueel contact
Een ander bezwaar tegen de acceptatie van homoseksualiteit op neurologische gronden, vormt het gegeven dat mensen dus bij voorbaat gekwalificeerd worden als hetero- of homoseksueel, eventueel aangevuld met biseksueel wanneer de seksuele aantrekking zich op beide geslachten richt. Ik denk dat deze kwalificatie te eng is, en behoorlijke beperkingen in de vrijheid van individuen met zich meebrengt.

Zo zullen veel mensen die zichzelf als heteroseksueel kwalificeren niet open staan voor seksueel contact met personen van hetzelfde geslacht. Vaak omdat die behoefte zich per gevolg niet voordoet. Maar wellicht ook omdat zij hun gedrag afstemmen op de ervaring die zij hebben met de emotionele aantrekking die zij voelen ten aanzien van het andere geslacht, waardoor zij zichzelf als heteroseksueel beschouwen.

Ik denk dat de mate waarin sommige mensen seksueel actief kunnen zijn op deze manier beperkt wordt. Seksuele handelingen, bijvoorbeeld onder vrienden, zullen aan het denkkader van de betrokkenen voorbijgaan. Zij hebben nooit “in vuur en vlam” gestaan voor iemand van hetzelfde geslacht, hebben nooit verliefdheid ervaren voor een seksegenoot, en vallen daarmee buiten de algemeen geldende kaders van homo- en biseksualiteit. De veronderstelling dat seksueel gedrag altijd voort moet komen uit een aangeboren aanleg en aantrekking, maakt dat het hebben van homoseksueel contact geen optie is die overwogen wordt. In de meeste gevallen komt dat ongetwijfeld voort uit het ontbreken van elke behoefte daaraan, maar wellicht vormt de angst over een moreel oordeel over “buiten-seksueel-georiënteerd” gedrag daarbij ook een grote rol.

Emancipatie
Beide voorbeelden geven aan dat het reduceren van sociale acceptatie tot aangeboren aanleg problematisch kan zijn bij het vormen van een moreel oordeel over seksueel gedrag dat zich níet tot aangeboren voorkeuren laat herleiden.

Ik begrijp dat het herzien van de oorsprong van morele kaders omtrent homoseksualiteit risico’s met zich meebrengt, met name in groeperingen en samenlevingen waar de biologische aanleg een strohalm is waaraan homoseksuelen zich ternauwernood staande weten te houden waar het aankomt op de acceptatie van hun seksuele gedragingen. Ik pleit er dan dus ook niet voor om het idee van seksuele geaardheid volledig los te laten.

Wél zou ik aan hen die dit excuus niet per sé nodig hebben bij het vaststellen van hun morele kaders omtrent seksualiteit de oproep willen doen om dat idee niet meer als voornaamste argument te laten gelden om seksueel gedrag te accepteren. Het bewust kíezen van seksueel gedrag is ook oké. Op deze manier kan ook op andere terreinen vooruitgang worden geboekt. Homo-emancipatie is pas volledig voltooid als aangeboren aanleg geen argument meer is.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s