De seksuele lading van castraatzangers in de achttiende eeuw

Door Harry Meuwissen

In de zeventiende en achttiende eeuw werden honderdduizenden jonge jongens gecastreerd, zodat ze op volwassen leeftijd de hoge noten van de sopraanstem konden blijven zingen. Na een geslaagde operatie en een lange zangopleiding was er de hoop op een succesvolle zangcarrière. Enkele castraatzangers groeiden uit tot internationale sterren op het podium van de Italiaanse opera’s, waar ze meestal werden gecast als prinses, jeugdige held of wellustige tiran.

De combinatie van een vrouwelijke stem en een mannelijk lichaam leidt  bij vele luisteraars tot een verrassende of zelfs schokkende beleving. De afgelopen jaren groeit de waardering voor castratenaria’s, met concerten en cd’s als Forgotten Castrato Arias (2009/2010) en La Storia di Orfeo (2017) van de Franse countertenor Philippe Jaroussky, en documentaires als Castrato (2006) en Heavenly Voices: The Heirs of Farinelli (2013).

Trailer van Valentina Monti’s documentaire: ‘Heavenly Voices: The Heirs of Farinelli’ (2013).

Er zijn vier afzonderlijke groepen vocalisten die deze aria’s met een hoge sopraanstem kunnen zingen. In de meeste gevallen worden hoge aria’s geassocieerd met vrouwen; als tweede zijn er kinderen, waarbij zowel meisjes als jongens vóór de hormonale veranderingen van de puberteit deze toonhoogten kunnen behalen; ten derde zijn er countertenoren en falsettisten. Dit zijn mannen met een altstem die met behulp van de stemtechniek van de falset- of kopstem de hoge noten van de sopraan kunnen zingen. Enkele voorbeelden zijn Andreas Scholl (*1967), Philippe Jaroussky (*1978) en Valer Barna-Sabadus (*1986). Daarnaast zijn er in de popmuziek voorbeelden te vinden als de Bee Gees (als groep 1958-2003), Klaus Nomi (1944-1983) en Mika (*1983). Als vierde en laatste groep zijn er castraatzangers, die tegenwoordig helemaal niet meer bestaan.

In dit artikel volgt een bespreking van enkele aspecten van de achttiende eeuwse beleving van castraatzangers. Als eerste behandel ik de vraag wat de gevolgen van de castratie op jonge leeftijd voor stem en lichaam waren en vervolgens zal ik me richten op de casting van castraatzangers, en zo antwoord geven op de vraag wat de seksuele lading van hun optreden in de Italiaanse opera seria was.

Eunuchen vs. castraatzangers

De historicus Piotr Scholz benadrukt in zijn onderzoek dat er belangrijke verschillen zijn tussen eunuchen en castraatzangers, al werden en worden deze termen nog steeds door elkaar gebruikt. Er bestond een grote diversiteit aan Eunuchen in verschillende culturen. In de meeste gevallen ging het om volwassen mannen die werden gecastreerd om politieke redenen. Bij deze operatie werden alle uitwendige geslachtskenmerken volledig verwijderd. Het fictieve personage Lord Varys van de populaire tv-serie Game of Thrones is momenteel misschien wel het bekendste voorbeeld. Historische voorbeelden zijn de harembewakers in de Perzische, Egyptische, Byzantijnse en Chinese rijken en priesters, militaire commandanten en koninklijke raadgevers.

De castratie van castraatzangers is anders dan bij eunuchen omdat de ingreep plaatsvond vóór de hormonale veranderingen in de adolescentie. Vanuit muzikale overwegingen werden slechts de testikels verwijderd om de hoge sopraanstem te behouden. Bij deze ingreep bleven andere uitwendige geslachtskenmerken intact. Het castreren van mensen was in vroegmodern Europa in de meeste gebieden verboden en werd bestraft met excommunicatie of de doodstraf. De ingreep werd alleen toegestaan na medisch advies of in  levensbedreigende situaties. Zo werden de meest uiteenlopende medische smoesjes en ongelukken verzonnen: een beet of aanval van een wilde zwaan of varken, een ongelukkige val van een paard of een trap van een speelkameraadje, zodat de ouders en uitvoerders achteraf niet vervolgd konden worden.

Gevolgen van de castratie

Ondanks de successen waar men op hoopte, liep de castratie voor de meeste jongens niet goed af. Zij werden meestal gecastreerd tussen hun achtste en tiende levensjaar, waarbij het sterftecijfer volgens musicoloog Patrick Barbier tussen de tien en tachtig procent lag. Dit was afhankelijk van de persoon die de ingreep uitvoerde. Naast de hieruit volgende, maar helaas moeilijk te traceren psychologische problemen, had castratie op jonge leeftijd ook ingrijpende fysieke gevolgen door de niet optredende transformatie van de stem en het uitblijven van andere typische morfologische veranderingen van het mannelijke lichaam. In het algemeen ontbrak de adamsappel en vond er geen daling van het strottenhoofd plaats, zodat de stembanden dichter bij de resonerende holten bleven waardoor er een versterking van de helderheid en vrouwelijke boventonen ontstond. Daarnaast hadden castraatzangers veelal geen mannelijke lichaamsbeharing. Er waren ook veranderingen die niet bij alle castraatzangers optraden. Zo was er sprake van ‘vervrouwelijking’ door de afwezigheid van testosteron, die kon resulteren in borstvorming en extra vetafzetting op heupen, dijen en kin. Daarnaast hadden sommige castraatzangers een buitengewone lengte van gestalte, armen en benen, omdat er geen hormonale stop was opgetreden bij het groeiproces van de botten.

Een geslaagde operatie leidde nooit tot een ‘standaard’ castratenstem. Iedere castraatzanger had een eigen specifiek stemgeluid en specialiteit vanwege de lange opleiding aan een van de vooraanstaande Italiaanse conservatoria; hierdoor ontwikkelden ze zeer gespierde stembanden en een sterke borstkas. De castratenstemmen onderscheidden zich van mannelijke stemmen in lichtheid, flexibiliteit en hoogte; van vrouwelijke stemmen in helderheid en kracht; en van kinderen in techniek en expressiviteit. Zo kon de castraatzanger Farinelli (Carlo Broschi, 1705-1782) bijna één minuut een toon aanhouden zonder opnieuw zichtbaar adem te halen. Het horen van een toon gedurende een halve minuut in Gérard Corbiau’s biografische film Farinelli (1994) is al zeer indrukwekkend, terwijl deze het gevolg is van een combinatie van twee zangstemmen.

Filmfragment uit ‘Farinelli’ (1994). Farinelli kon bijna één minuut een toon aanhouden, waarbij een toon horen gedurende een halve minuut al zeer indrukwekkend is.

Tijdens de barok, in de zeventiende en achttiende eeuw, was er een grote voorkeur voor alles wat de mens zelf kon scheppen. In de eerste helft van de achttiende eeuw werden er steeds sensationelere vocale werken geschreven om het uiterste uit de castratenstemmen te halen. De composities bevatten veel hoge tonen en snel afwisselende stemvibraties. Zo werd er beweerd dat maestro Baldassare Galuppi (1706-1785) zo’n hoge noot van een van zijn leerlingen eiste dat deze als gevolg van de inspanning ter plekke overleed. Ondanks deze excessen zongen de meeste castraatzangers in het middenregister, wat betekent dat lage noten door hun hoge stem warmer, sensueler en emotioneler klinken.

De seksuele lading in de Italiaanse opera seria

Als een jonge castraat de operatie had overleefd, volgde hij een muzikale opleiding van ongeveer tien jaar bij speciale afdelingen aan een van de Italiaanse conservatoria. Juist dit gaf de castraatzangers een voorsprong op zowel mannelijke als vrouwelijke zangers; deze begonnen immers op latere leeftijd met de opleiding. Na het afronden vonden de meeste debuten van castraatzangers plaats tussen het zestiende en twintigste levensjaar in het koor van de kerk of aan het vorstelijk hof. Hierna volgde meestal snel het theaterdebuut, waarbij castraatzangers in Italië altijd een vrouwenrol toebedeeld kregen. De definitieve doorbraak van castraatzangers bij het grotere publiek in Italië en de rest van Europa voltrok zich in het kielzog van de groeiende invloed van de Italiaanse opera. Hierbij gaat het om de opera seria die vaak gebaseerd was op de Griekse-Romeinse mythologie.

Met de groeiende populariteit van de opera seria bereikten sommige castraatzangers een internationale sterrenstatus. Door hun prominente optreden op het toneel ontstond er in toenemende mate een seksuele lading op het podium en in het publieke leven, die ingegeven was door de adoratie van de adolescente jeugdigheid. Castraatzangers doorliepen de ‘rite de passage’ van de puberteit niet, waardoor hun mannelijkheid niet kon ‘ontvlammen’. Dit leidde volgens vele zeventiende en achttiende eeuwse traktaten niet tot de voor de hand liggende aseksualiteit maar juist tot een over-seksualiteit omdat ze hun fysieke driften moeilijk konden beteugelen. Ondanks deze uitwassen lag volgens muziekhistoricus Roger Freitas de meeste nadruk op het ideaal van de ‘jeugdige androgyne liefde’. In de zeventiende en achttiende eeuw werden zowel vrouwen als mannen door dit schoonheidsideaal van de jeugdigheid van de adolescente jongen aangetrokken, wat resulteerde in pederastische affaires, satirische verwijzingen en vele roddels, waarbij de nadruk lag op de verhoudingen binnen het patronagenetwerk van aristocratische bewonderaars en jeugdige pages.

Castraatzangers werden in het dagelijkse leven vaak gezien als ‘verminderde mannen’ omdat hun testikels ontbraken en ze hierdoor geen kinderen konden krijgen. Sommige traktaten uit deze tijd leggen een verband tussen het verliezen van de testikels en het verliezen van het verstand. Zo waren testikels in de vroegmoderne beeldvorming van mannelijkheid soms belangrijker dan de penis. Vanuit de energieleer werden castraatzangers beschreven als laf, humeurig, hysterisch, zonder wilskracht en emotioneel labiel. Deze reacties werden volgens letterkundige Valeria Finucci versterkt doordat castraatzangers op het hoogtepunt van hun succes in het openbaar vrouwelijke attributen zoals een korset en een sluier gingen dragen. Naast een grote fascinatie voor de Italiaanse opera was er vanaf het midden van de achttiende eeuw een groeiende angst voor de slechte invloed van wat men zag als de feminisering van de samenleving in Italië. Er ontstond in Engeland zelfs een woord voor ‘veritaliaanste’ aristocraten: de ‘macaroni’ met lange pruiken, kousen, hoge hakken, make-up en een grote fascinatie voor maskerades.

Castraatzangers werden vaak gecast in rollen die de sociale orde van de hiërarchische samenlevingen van de opera’s representeerden. Zo waren castraatzangers in Italië en Engeland vaak te zien als prinsessen, jeugdige mythologische helden en wellustige tirannen. In George Händel’s opera Arianna in Creta (1734), speelde Carlo Scalzi (1700-na 1738) de rol van prinses Alceste naast Giovanni Carestini (1704-1760), die de rol van de jeugdige held Theseus vertolkte. Beide castraatzangers waren ook te zien in Parnasso in festa (1734). In deze opera speelden ze beiden de rol van jeugdige mythologisch held: Scalzi als Orpheus en Carestini als Apollo.

De operahervormingen die in het midden van de achttiende eeuw ook in de casting werden doorgevoerd, hadden een groot effect op de representatie van mannelijke karakters op het toneel. Zo moesten specifieke rollen beter herkenbaar zijn. Mythologische helden waren nog steeds vatbaar voor de liefde die meestal in conflict kwam met hun plichten. Daarnaast is het opvallend dat castraatzangers zelden de rol van rechtvaardige koning speelden. De vorst en de daarmee geassocieerde wijsheid hadden meestal de vorm van een oudere man met de daarbij geassocieerde lage basstem. De jeugdig uitziende castraatzangers verschenen echter regelmatig als tirannen die werden gedreven door oncontroleerbare lusten.

Tot besluit

Sommige castraatzangers behaalden tijdens hun carrière een internationale sterrenstatus. Hun verassende stemtechnieken en kostuums zijn te vergelijken met de sensationele en soms choquerende optredens van artiesten als David Bowie (1947-2016), Michael Jackson (1958-2009) en Lady Gaga (*1986). Juist door de opkomst van castraatzangers op het toneel en in het openbare leven groeide de angst en weerstand ten aanzien van deze ‘onnatuurlijke zangers’.

Compilatie van castratenaria’s door vrouwelijke en mannelijke vocalisten. ‘The World of the Castrati: The Voice of Angels’ (2010).

Mede doordat er tegenwoordig geen castratenstemmen meer te horen zijn, zal er een fascinatie blijven bestaan voor deze uitzonderlijke zangers. De verzamel-cd The World of the Castrati: The Voice of Angels (2010), waarop castratenaria’s gezongen worden door vrouwelijke en mannelijke vocalisten, is een voorbeeld van deze hernieuwde interesse. Hoewel castraatzangers en hun specifieke stemmen voor altijd verdwenen zijn, zorgt hun muzikale erfenis nog steeds voor een onverwachte sensatie!

 

Harry Meuwissen is geschiedenisdocent in het voortgezet onderwijs en studeerde geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Leuven. Momenteel volgt hij de master geschiedenis en actualiteit aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn historische onderzoeksthema’s zijn gericht op vroegmoderne genderverhoudingen, dynastieke identiteit, correspondentienetwerken en de kennis van exotische dieren tijdens de achttiende-eeuwse ontdekkingsreizen.

Dit artikel is gebaseerd op de pre-masterscriptie Tussen koorknapen en operasterren: de manifestatie en representatie van castraatzangers in Noordwest Europa in de achttiende eeuw (2016), geschreven onder begeleiding van prof. dr. Geertje Mak aan de Radboud Universiteit.

 

Referenties

Barbier, Patrick, Triomf en tragiek der castraten: De bizarre geschiedenis van de mannelijke sopraten uit de zeventiende en achttiende eeuw (Utrecht, 1995).

Feldman Martha, The Castrato: Reflections on Natures and Kinds (Californie, 2015).

Findlen, Paula, Wendy Wassyng Rowarth & Catherine M. Sama (red.), Italy’s Eighteenth Century, Gender and Culture in the Age of the Grand Tour (Stanford, 2009).

Finucci, Valeria, The Manly Masquerade: Masculinity, Paternity, and Castration in the Italian Renaissance (Durham/Londen, 2003).

Freitas, Roger, ‘The Eroticism of Emasculation: Confronting the Baroque Body of the Castrato’, The Journal of Musicology 20:2 (2003), 196 – 249.